Self-sufficient introvert?
Tijdens autoritjes zit ik vaak in stilte.
Zo nu en dan luister ik podcasts, meestal over tech.
Dit keer kwam er een willekeurig filmpje voorbij en dat klikte eigenlijk meteen.
Geen nieuwe informatie, maar herkenning.
Alsof het over mij ging.
De afgelopen jaren heb ik meer tijd gehad om na te denken dan ik ooit had gepland.
Een uitleg in The psychology of a self-sufficient introvert lichte het uit en ineens viel alles op zijn plek.
De afgelopen jaren is er veel gebeurd in mijn leven.
Mijn gezondheid, mijn gezin, en daardoor ook periodes van thuis zijn.
Eerst is het herstel, daarna wordt het een verplichting, en later volgt weer een periode van herstel.
En na dat herstel komt misschien wel het lastigste: opnieuw balans vinden in hoe je leven eruit gaat zien.
Als die balans er dan is, ontstaat er rust.
Ik kreeg vaak de vraag of ik het niet lastig vond om het rustiger aan te moeten doen.
Maar voor mij voelde die rust juist goed.
En die rust betekende niet stilzitten, wandelen of vissen om de tijd te vullen.
Integendeel.
Ik ging juist harder op de dingen binnen mijn vakgebied.
Het voelde alsof er meer ruimte was.
Ik wilde meer ondernemen, meer opzetten, meer leren en vooral dieper ingaan op onderwerpen die relevant zijn in het bedrijfsleven.
De stilte voelde voor mij niet leeg maar juist compleet.
Ik kan uren productief bezig zijn zonder iemand nodig te hebben.
Werk ik het beste alleen?
Ik ben niet iemand die zich afsluit van mensen.
Integendeel.
Voor een doorsnee ICT’er ben ik vrij communicatief.
Ik kan goed praten met collega’s en vakgenoten.
Ik kan me goed in een klant verplaatsen, waardoor ik problemen scherp krijg en goed kan uitkristalliseren.
Ook op het gebied van verkoop en consulting komt dat terug.
Daarnaast werk ik graag samen.
Ik deel mijn ideeën en kennis graag.
Ik geniet ervan als mijn systemen en ideeën door anderen worden opgepakt en daadwerkelijk meerwaarde bieden.
Ik moet vaak terugdenken aan een opmerking van een oud-werkgever, Tom Mulder.
Nadat ik een vrij grote, vervelende storing had opgelost, zei hij:
“Jou maken ze de pis niet lauw. We zouden wel eens wat meer willen zien dat het je iets doet.”
Ik begreep wat hij bedoelde.
Maar voor mijn gevoel los ik een storing niet sneller op door stress te tonen of een soort theater op te voeren om de ernst van de situatie te laten zien.
Als ik erop terugkijk, denk ik dat het voor hem misschien voelde alsof hij naast me zat als rallynavigator,
terwijl ik met hoge snelheid door een complexe situatie ging.
Op zo’n moment ben ik volledig in control.
Niet zichtbaar in paniek, maar in mijn hoofd draait alles op volle toeren.
Ik loop alle onderdelen van het netwerk langs, razendsnel.
Ik denk in de vorm van een packet dat van punt A naar punt B gaat:
Wat passeert het?
Waar ben ik van afhankelijk?
Wat als dit faalt?
Dat is mijn focus.
Hetzelfde zie ik bij ideeën die zich blijven ontwikkelen en systemen die zich in mijn hoofd vormen.
Verbanden ontstaan vanzelf.
Realisatie
Wat ik me realiseerde, is niet dat ik beter alleen werk, maar dat ik anders werk.
Ik heb ruimte nodig om dingen te doorgronden.
Om systemen eerst in mijn hoofd op te bouwen voordat ik ze naar buiten breng.
En om ervoor te zorgen dat systemen die we bouwen niet afhankelijk zijn van één persoon.
Samenwerking werkt voor mij het beste als de basis klopt.
Ik vind het belangrijk dat eigenaarschap wordt genomen.
Dat kennis wordt gedeeld en vastgelegd.
Daar heb ik zelf ook mijn lessen in geleerd.
Ik heb mezelf in het verleden meer dan eens onmisbaar gemaakt:
alles weten, alles oplossen, altijd degene zijn die het oppakt.
Dat gaat goed, tot het niet meer werkt.
Want onmisbaar zijn betekent:
altijd aan staan,
altijd bereikbaar zijn,
en uiteindelijk geen rust en ruimte meer hebben.
Ik ben dat anders gaan bekijken.
Niet: hoe loopt alles via mij?
Maar: hoe zorg ik dat het zonder mij blijft draaien?
Het liefst zelfs self-healing.
Dat doe ik door goed te documenteren, kennis te delen en systemen zo op te zetten dat anderen ermee verder kunnen.
Met duidelijke pipelines die provisioning automatiseren.
Dat werkt beter.
Omdat het schaalbaar is.
Omdat systemen bestaan in code en versioning.
AI
En precies daar merk ik nu dat AI een rol begint te spelen.
In het begin was ik sceptisch.
Ik heb het zelfs even als een bedreiging gezien.
Maar inmiddels heb ik het opgenomen in mijn dagelijkse workflow.
Dankzij AI kan ik ideeën die in mijn hoofd zitten sneller uitwerken.
Ik kan grote stukken configuratie, scripts en concepten sneller neerzetten.
Waar dingen vroeger bleven hangen in het uitwerken, kan ik nu veel sneller schakelen.
Het scheelt me vooral tijd in randzaken die in de beginfase nog niet eens belangrijk zijn.
Want daar begint het vormen pas.
Daardoor kan ik ideeën direct toetsen, structuren sneller opzetten
en sneller van concept naar iets werkends gaan.
Voor iemand die veel in zijn hoofd zit en graag dingen uitdenkt, maakt dat een enorm verschil.
De drempel om iets te bouwen is veel lager geworden.
Ik heb daarnaast zelf een stevige infrastructuur staan, waardoor ik vrijwel alles direct kan deployen zoals ik het wil.
Een omgeving die in veel opzichten lijkt op een enterprise setup, inclusief Kubernetes en een volledige CI/CD workflow.
Verandering?
Dit is voor mij de grootste verandering.
Niet dat ik heel anders ben geworden,
maar dat ik nu begrijp hoe ik werk.
En dat ik mijn manier van werken daarop kan aanpassen, en ook kan uitleggen waarom ik soms reageer zoals ik reageer.
Ik werk graag samen.
Ik deel mijn kennis.
Maar ik functioneer het beste in een omgeving waar ruimte is voor focus,
waar ik kan meebouwen aan structuur,
waar eigenaarschap ligt
en waar vertrouwen wordt gegeven.
Voor mij draait het niet om onmisbaar zijn,
maar om samen bouwen aan iets dat blijft functioneren ook als iemand er even niet is.
Dat is wat voor mij op zijn plek viel.
Er hoeft niets te veranderen.
Ik moest mezelf gewoon beter begrijpen.
Dit artikel lezen in het Engels?
Read in English →